Directory

Surinam.us

  

 
 

 

Home
Up
Google Functies
SMS Abbreviations
SMS Afkortingen
Vacatures
8 December strafproces begint va
About Surinam
Aids en Voeding
Histamine-Allergie
Nierziekten en nierfalen
Medicijnen en borstvoeding
Aandachtsstoornissen

  • Histamine-allergie

Hoofdpijn, rood oplopen, misselijkheid, braken, diarree, branden in de mond, netelkoorts, jeuk, lage bloeddruk en shock zijn enkele symptomen die optreden bij een histamine-allergie.

Deze ziekteverschijnselen kunnen bij histamine-gevoelige mensen optreden na het nuttigen van onder andere kaas, gist, zuurkool, gerookte vis, gerookt vlees, rode wijn, bier, worstsoorten als cervelaat, salami enzovoorts.

In de afgelopen maanden hebben meerdere dames telefonisch contact met me gemaakt, nadat zij van hun huisarts vernamen dat ze een histamine-allergie hebben. Aangezien ik niet direct een gepast antwoord  kon geven, heb ik gemeend middels dit artikel een bijdrage te leveren.

Voedselreacties
Om het begrip voedselallergie beter te begrijpen moet eerst onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende voedselreacties die er zijn. Onder voedselreacties verstaat men alle verkeerde reacties die voorkomen na het eten van een of ander voedsel. Men onderscheidt hier toxische en niet-toxische reacties.
Een toxische reactie wordt verwekt door een gifstof die bijvoorbeeld voorkomt in bedorven danwel besmet voedsel waarin zich kiemen als stafylokokken hebben ontwikkeld. Deze scheiden enterotoxinen (giftige stoffen) af, die op de darmwand werken en zodoende acute diarree en braken veroorzaken (anon). In dit geval praten wij over voedselvergiftigingen danwel -infecties.
Onder de niet-toxische reacties  maakt men onderscheid tussen voedselintolerantie en voedselovergevoeligheid (zie figuur 1).

 
Overzicht van de verschillende voedselreacties

Bij voedselintolerantie spelen mediatoren (en zodoende het immuunsysteem) geen rol van betekenis, terwijl bij voedselovergevoeligheid mediatoren wel een rol spelen.
Bij voedselovergevoeligheid maakt men onderscheid tussen :
- de allergieën, immunologisch gemedieerd, die meestal volgens het IgE mechanisme verlopen
- de pseudo-allergieën die door specifieke stoffen worden verwekt en die verlopen volgens slechts gedeeltelijk gekende, niet-immunologische mechanismen.
Tenslotte zijn er een reeks voedselreacties die niet kunnen worden geklasseerd onder een van voorgaande types(1,4).

Allergie
Allergie is een verkeerde reactie van het immuunsysteem. Als een virus het lichaam binnendringt, wordt het opgegeten door macrofagen. ‘Macro’ en ‘phage’ zijn Griekse woorden die betekenen ‘groot’ en ‘eten’. Het zijn witte bloedcellen die vreemde stoffen (antigeen) kunnen opeten, die groot zijn in verhouding tot hun eigen afmetingen. Ze hakken die in mootjes (<>) om ze aan te bieden aan andere witte bloedcellen (Th-cel) die gespecialiseerd zijn in het herkennen van dat virus. Deze stimuleren dan weer andere witte bloedcellen (B-cel) die antistoffen (Ig of immunoglobulinen) aanmaken tegen dat virus. Van die antistoffen zijn er vijf soorten: IgG, IgA, IgM, IgD en IgE.

Bij de eerste invasie van het virus nam het immuunsysteem drie weken de tijd om de gespecialiseerde witte bloedcellen (Th-cel, B-cel) te vinden en zich te vermenigvuldigen. Dat noemt men een vaccinatie. Deze blijven daarna in het lichaam om zich bij een nieuwe invasie onmiddellijk te vermenigvuldigen en antistoffen aan te maken om het virus te vernietigen. Zo krijgt het virus niet de tijd om zich te vermenigvuldigen, zodat men dan niet meer ziek wordt. Dat is de normale werking van het immuunsysteem bij infecties van virussen, bacteriën…
Het woord allergie is samengesteld uit ‘allos’ en ‘ergon’, wat betekent ‘anders’ en ‘werken’ of anders werken dan verwacht wordt.



 
Allergie begint meestal bij een van de antistoffen namelijk IgE. Dat beschermt ons vooral tegen infecties van parasieten. In de bescherming tegen parasieten stellen de mastcellen zich op overal waar de parasieten proberen het lichaam binnen te komen: in de huid, in de slijmvliezen van de luchtwegen van neus tot longen, en in de spijsverteringskanalen. De basofielen circuleren in het bloed, zoekend naar eventueel toch binnengedrongen parasieten. Die twee types witte bloedcellen hebben op hun membraan (huid) een receptor (hechtpunt) voor IgE.
De eerste keer dat vb huisstofmijt op de slijmvliezen terechtkwam, heeft het immuunsysteem daartegen specifieke IgE aangemaakt. Dat heeft zich aan de mastcellen en basofielen gehecht en is zo in het lichaam gebleven.

Komt nu opnieuw huisstofmijt op de slijmvliezen, dan wordt het herkend door die specifieke IgE. Dat prikkelt dan de mastcellen die hun hele lading mediatoren uitstorten om het lichaam in optimale toestand te brengen voor de afweer. Bij een aantal mensen is er een overproductie aan IgE en dat geeft een teveel aan mediatoren en dat teveel maakt de mens ziek: wat een optimale toestand had moeten zijn, wordt een ziekelijke toestand (4).

De voornaamste van de mediatoren is histamine. Ze doet de bloedvaten opengaan en doet vocht sijpelen doorheen de wand van de bloedvaten, zodat het weefsel opzwelt. Vandaar dat de neus verstopt raakt. Men spreekt dan van hooikoorts. Ze prikkelt de zenuwuiteinden, zodat men gaat niezen als ze in de neus vrijkomt en te hoesten als ze in de diepere luchtwegen vrijkomt. Daar doet ze de gladde spiervezels samentrekken en verwekt zo astma-crisissen. Als ze in de huid vrijkomt, doet ze daar de bloedvaten opengaan en dan spreekt men van netelkoorts = urticaria (4).

Voedselallergie
Bij voedselallergie is er altijd sprake van een immunologische reactie. Er zijn verscheidene vormen van allergie namelijk type I,  II, III en type IV. Het meest voorkomende is type I (3).
Bij type I wordt de antistof immonoglobuline-E(IgE) geproduceerd als reactie op bepaalde eiwitten in het voedsel. Deze eiwitten worden (voedsel)allergenen genoemd. Het allergeen vormt met IgE een verbinding. Aangezien IgE op de mestcellen (in huid en slijmvliezen) bevindt, vallen deze (de mastcellen) uiteen. De mastcellen bevatten mediatoren, namelijk histamine, serotine, kinine enzovoorts. Deze stoffen kunnen in kleine hoeveelheden overal in het lichaam een belangrijke regulerende functie vervullen, maar als ze in grote hoeveelheden aanwezig zijn kunnen ze te sterke reacties veroorzaken (Mahan, Stegeman). Sterke hoeveelheden van histamine, serotine, kinine enzovoorts veroorzaken dan  jeuk, bloedvaatverwijdering, samentrekking, van de  gladde spieren, slijmafscheiding en reactie van de ontstekingscellen (2).

Allergische reacties komen vooral voor in het maag-darmkanaal, de luchtwegen en de huid. In het maagdarmkanaal kan het darmslijmvlies worden aangetast, waardoor diarree en malabsorptie ontstaan. Bij kinderen kan hierdoor de groei worden geremd. Andere reacties van het maagdarmkanaal zijn buikkrampen, misselijkheid, braken en hardlijvigheid. Verschijnselen van de luchtwegen zijn: chronische verkoudheid, loopneus, niezen, astma, slikklachten, benauwdheid, bronchitis en oorontsteking (3).

Huidsymptomen zijn onder andere: roodheid en zwelling, eczeem, jeuk. Een minder vaak voorkomend, maar gevaarlijk verschijnsel is anafylactische shock. Verschijnselen waarvan niet duidelijk is of ze door allergie veroorzaakt worden, maar die ook vaak gezien worden bij allergie zijn: gewrichtsklachten, migraine en neurologische aandoeningen. De allergische reacties kunnen een uur tot enkele dagen duren en ze kunnen continu zijn, wanneer allergene voedingsmiddelen regelmatig worden gegeten (3).

Histamine
Histamine is een stof die hoort bij de zogenaamde biogene amine. Enkele andere biogene aminen zijn andrenaline, tyramine, fenylethylamine. Deze stoffen komen voor in voeding en ook in ons lichaam waar ze verschillende functies hebben. Zo speelt histamine onder andere een rol bij het regelen van het hartritme.

Als het gehalte aan histamine in het bloed sterk toeneemt, wordt bij 'normale' mensen het teveel aan histamine snel afgebroken door verschillende enzymen in de darm, lever, milt en nieren. Het belangrijkst is het enzym diamine-oxidase (DAO) in de darm. Er zijn echter veel mensen die een tekort hebben aan deze enzymen. Bij zo iemand wordt de histamine niet snel genoeg afgebroken.

De histamine wordt dan in het bloed opgenomen, verspreidt zich over het hele lichaam en kan overal klachten geven. Deze klachten kunnen zeer verschillend zijn. Een van die symptomen is hartritmestoornis.
Een tekort aan deze enzymen kan veroorzaakt zijn
1. door een aangeboren afwijking, waarbij weinig of geen enzymen zoals DAO in de darmen worden aangemaakt.
2. door alcoholgebruik en sommige medicijnen die de enzymen blokkeren die histamine kunnen afbreken. Genoemd worden: Acetylcystein, Ambroxol, Aminophyllin, Amitriptylin, Chloroquin, Clavulansäure, Droperidol, Isoniazid, Metamizol, Metoclopramid, Propafenon, Verapamil. De aminen zoals histamine worden dan niet in de darm afgebroken maar in het bloed opgenomen en kunnen dan overal in het lichaam klachten geven.
3. door zweren in maag en darm. Er kunnen dan bloedingen optreden waardoor de afbraak van aminen sterk verminderd wordt.
Het histaminegehalte in het bloed kan toenemen:
- door allergie: Histamine is in het lichaam opgeslagen in mestcellen. Daar kan het geen kwaad: het is niet vrij, niet opneembaar in het bloed. Door een allergische reactie zoals hooikoorts, astma, worden de mestcellen aangezet de histamine vrij te maken.
-. via voeding: Er is voedsel dat zelf zeer veel histamine en andere biogene aminen bevat. Deze stoffen ontstaan gedurende de bereiding, de rijping (gisting, fermentatie) van levensmiddelen. b.v. kaas, gist, zuurkool, gerookte vis, gerookt vlees, rode wijn, bier, worstsoorten als cervelaat, salami. Verder wordt histamine gevormd in vooral eiwitrijk voedsel zoals vis en vlees door bederf. Bijvoorbeeld makreel, haring, tonijn, rolmops, sardine, visconserven.

Er is ook voedsel dat in ons lichaam het vermogen heeft om de histamine in de mestcellen vrij te maken (zogenaamde histamineliberatoren). Bijvoorbeeld tomaat, kruiden, smaakversterkers, conserveermiddelen, kleurstoffen.
Alcohol en de andere biogene aminen, die naast histamine voorkomen, kunnen de werking van de enzymen zoals DAO blokkeren.

De afbraak van histamine wordt daardoor zeer sterk beperkt.
Deze enzymen kun je niet in pilvorm slikken. Er is geen test, geen onderzoek waaruit blijkt of je een enzymtekort hebt. Het enige wat je kunt doen is eerst vaststellen via onderzoek door de huisarts en/of de specialist dat er geen andere aanwijsbare oorzaak is voor je klachten. Daarna kun je zinvol aan het dieet beginnen: Neem voedsel dat weinig histamine bevat en dat weinig histamine vrij maakt in het lichaam. Men noemt dit een triggervrij dieet. Als je dit dieet volgt en je klachten verdwijnen, is dat meteen ook het bewijs dat je lijdt aan histamine-intolerantie. Een ander bewijs is er niet.

Nu is het niet zo dat elke histaminetoename in het lichaam meteen klachten geeft bij deze patiënten. Het histaminegehalte kan zonder problemen toenemen tot aan een bepaalde waarde: de tolerantiegrens of tolerantiedrempel. Wordt deze grens overschreden dan krijgt de patiënt klachten. De hoogte van deze grens is voor iedereen verschillend. Ook kan in perioden waarin men angstig is of stress ervaart, de grens flink verlaagd worden. Iedereen zal zelf moeten uitzoeken waar bij hem of haar de grens ligt.

Histaminerijke voedingsstoffen
Histamine vindt men in heel veel voedingswaren namelijk; gegiste kazen, worsten, bepaalde conserven, wijnen…

Het is dus telkens nodig uit te maken wat het aandeel in het ziekteproces is van allergie, pseudo-allergie en histamine-intoxicatie.
In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de hoeveelheid aan histamine in verscheidene levensmiddelen.
 Bij het nuttigen van  20 - 50 mg histamine kan dit bij gevoelige personen hoofdpijn te weeg brengen. Een histamine hoeveelheid van 100 - 150 mg kan flushing (rood oplopen) tot gevolg hebben, terwijl een hoeveelheid van meer dan 500 µg/g zelfs heel gevaarlijk kan zijn. Ziekteverschijnselen zijn dan : misselijkheid, braken, diarree, branden in de mond, netelkoorts, jeuk, lage bloeddruk en shock (4).  

Adviezen
- Lees etiketten van levensmiddelen zorgvuldig en vermijd de producten die een allergische reactie bij u veroorzaken.
- Hou er een dagboek op na voor wat uw eetgedrag betreft. Vermijd de levensmiddelen die voor allergische reacties zorgen.
- Maak contact met uw huisarts
- Koop alleen vers vlees en vis.
 
Referenties
Anon. http://pandoro.be zeldmane.ziekten/List.a//aller(1) htm
Mahan L.K.  en Escott-Stump S., 1996. Krause's Food, nutrition & diet therapy. London. 1194p.
Stegeman N.E., 1996. Voeding bij gezondheid en ziekte. Wolters Noordhoff Groningen.
Stevens W.2001, Voedselallergie, pseudo allergie. http://users.pandora.be/zeldzame.ziekten/ List.a/Aller(2).htm
Visser L et al., 1996. Voeding die schaadt Voeding die baat.,The Reader's Digest, Antwerpen

Google

 

Surinam.us, Copyright 2004-2008. All rights reserved.