|












| |
Hoofdpijn, rood oplopen, misselijkheid, braken, diarree,
branden in de mond, netelkoorts, jeuk, lage bloeddruk en shock zijn enkele
symptomen die optreden bij een histamine-allergie.
Deze ziekteverschijnselen kunnen bij histamine-gevoelige mensen optreden na het
nuttigen van onder andere kaas, gist, zuurkool, gerookte vis, gerookt vlees,
rode wijn, bier, worstsoorten als cervelaat, salami enzovoorts.
In de afgelopen maanden hebben meerdere dames telefonisch contact met me gemaakt,
nadat zij van hun huisarts vernamen dat ze een histamine-allergie hebben.
Aangezien ik niet direct een gepast antwoord kon geven, heb ik gemeend middels
dit artikel een bijdrage te leveren.Voedselreacties
Om het begrip voedselallergie beter te begrijpen moet eerst onderscheid worden
gemaakt tussen de verschillende voedselreacties die er zijn. Onder
voedselreacties verstaat men alle verkeerde reacties die voorkomen na het eten
van een of ander voedsel. Men onderscheidt hier toxische en niet-toxische
reacties.
Een toxische reactie wordt verwekt door een gifstof die bijvoorbeeld voorkomt in
bedorven danwel besmet voedsel waarin zich kiemen als stafylokokken hebben
ontwikkeld. Deze scheiden enterotoxinen (giftige stoffen) af, die op de darmwand
werken en zodoende acute diarree en braken veroorzaken (anon). In dit geval
praten wij over voedselvergiftigingen danwel -infecties.
Onder de niet-toxische reacties maakt men onderscheid tussen
voedselintolerantie en voedselovergevoeligheid (zie figuur 1).
Overzicht van de verschillende voedselreacties

Bij voedselintolerantie spelen mediatoren (en zodoende het immuunsysteem)
geen rol van betekenis, terwijl bij voedselovergevoeligheid mediatoren wel een
rol spelen.
Bij voedselovergevoeligheid maakt men onderscheid tussen :
- de allergieën, immunologisch gemedieerd, die meestal volgens het IgE
mechanisme verlopen
- de pseudo-allergieën die door specifieke stoffen worden verwekt en die
verlopen volgens slechts gedeeltelijk gekende, niet-immunologische mechanismen.
Tenslotte zijn er een reeks voedselreacties die niet kunnen worden geklasseerd
onder een van voorgaande types(1,4).
Allergie
Allergie is een verkeerde reactie van het immuunsysteem. Als een virus het
lichaam binnendringt, wordt het opgegeten door macrofagen. ‘Macro’ en ‘phage’
zijn Griekse woorden die betekenen ‘groot’ en ‘eten’. Het zijn witte bloedcellen
die vreemde stoffen (antigeen) kunnen opeten, die groot zijn in verhouding tot
hun eigen afmetingen. Ze hakken die in mootjes (<>) om ze aan te bieden aan
andere witte bloedcellen (Th-cel) die gespecialiseerd zijn in het herkennen van
dat virus. Deze stimuleren dan weer andere witte bloedcellen (B-cel) die
antistoffen (Ig of immunoglobulinen) aanmaken tegen dat virus. Van die
antistoffen zijn er vijf soorten: IgG, IgA, IgM, IgD en IgE.
Bij de eerste invasie van het virus nam het immuunsysteem drie weken de tijd om
de gespecialiseerde witte bloedcellen (Th-cel, B-cel) te vinden en zich te
vermenigvuldigen. Dat noemt men een vaccinatie. Deze blijven daarna in het
lichaam om zich bij een nieuwe invasie onmiddellijk te vermenigvuldigen en
antistoffen aan te maken om het virus te vernietigen. Zo krijgt het virus niet
de tijd om zich te vermenigvuldigen, zodat men dan niet meer ziek wordt. Dat is
de normale werking van het immuunsysteem bij infecties van virussen, bacteriën…
Het woord allergie is samengesteld uit ‘allos’ en ‘ergon’, wat betekent ‘anders’
en ‘werken’ of anders werken dan verwacht wordt.

Allergie begint meestal bij een van de antistoffen namelijk IgE. Dat beschermt
ons vooral tegen infecties van parasieten. In de bescherming tegen parasieten
stellen de mastcellen zich op overal waar de parasieten proberen het lichaam
binnen te komen: in de huid, in de slijmvliezen van de luchtwegen van neus tot
longen, en in de spijsverteringskanalen. De basofielen circuleren in het bloed,
zoekend naar eventueel toch binnengedrongen parasieten. Die twee types witte
bloedcellen hebben op hun membraan (huid) een receptor (hechtpunt) voor IgE.
De eerste keer dat vb huisstofmijt op de slijmvliezen terechtkwam, heeft het
immuunsysteem daartegen specifieke IgE aangemaakt. Dat heeft zich aan de
mastcellen en basofielen gehecht en is zo in het lichaam gebleven.
Komt nu opnieuw huisstofmijt op de slijmvliezen, dan wordt het herkend door die
specifieke IgE. Dat prikkelt dan de mastcellen die hun hele lading mediatoren
uitstorten om het lichaam in optimale toestand te brengen voor de afweer. Bij
een aantal mensen is er een overproductie aan IgE en dat geeft een teveel aan
mediatoren en dat teveel maakt de mens ziek: wat een optimale toestand had
moeten zijn, wordt een ziekelijke toestand (4).
De voornaamste van de mediatoren is histamine. Ze doet de bloedvaten opengaan en
doet vocht sijpelen doorheen de wand van de bloedvaten, zodat het weefsel
opzwelt. Vandaar dat de neus verstopt raakt. Men spreekt dan van hooikoorts. Ze
prikkelt de zenuwuiteinden, zodat men gaat niezen als ze in de neus vrijkomt en
te hoesten als ze in de diepere luchtwegen vrijkomt. Daar doet ze de gladde
spiervezels samentrekken en verwekt zo astma-crisissen. Als ze in de huid
vrijkomt, doet ze daar de bloedvaten opengaan en dan spreekt men van netelkoorts
= urticaria (4).
Voedselallergie
Bij voedselallergie is er altijd sprake van een immunologische reactie. Er zijn
verscheidene vormen van allergie namelijk type I, II, III en type IV. Het meest
voorkomende is type I (3).
Bij type I wordt de antistof immonoglobuline-E(IgE) geproduceerd als reactie op
bepaalde eiwitten in het voedsel. Deze eiwitten worden (voedsel)allergenen
genoemd. Het allergeen vormt met IgE een verbinding. Aangezien IgE op de
mestcellen (in huid en slijmvliezen) bevindt, vallen deze (de mastcellen) uiteen.
De mastcellen bevatten mediatoren, namelijk histamine, serotine, kinine
enzovoorts. Deze stoffen kunnen in kleine hoeveelheden overal in het lichaam een
belangrijke regulerende functie vervullen, maar als ze in grote hoeveelheden
aanwezig zijn kunnen ze te sterke reacties veroorzaken (Mahan, Stegeman). Sterke
hoeveelheden van histamine, serotine, kinine enzovoorts veroorzaken dan jeuk,
bloedvaatverwijdering, samentrekking, van de gladde spieren, slijmafscheiding
en reactie van de ontstekingscellen (2).
Allergische reacties komen vooral voor in het maag-darmkanaal, de luchtwegen
en de huid. In het maagdarmkanaal kan het darmslijmvlies worden aangetast,
waardoor diarree en malabsorptie ontstaan. Bij kinderen kan hierdoor de groei
worden geremd. Andere reacties van het maagdarmkanaal zijn buikkrampen,
misselijkheid, braken en hardlijvigheid. Verschijnselen van de luchtwegen zijn:
chronische verkoudheid, loopneus, niezen, astma, slikklachten, benauwdheid,
bronchitis en oorontsteking (3).
Huidsymptomen zijn onder andere: roodheid en zwelling, eczeem, jeuk. Een minder
vaak voorkomend, maar gevaarlijk verschijnsel is anafylactische shock.
Verschijnselen waarvan niet duidelijk is of ze door allergie veroorzaakt worden,
maar die ook vaak gezien worden bij allergie zijn: gewrichtsklachten, migraine
en neurologische aandoeningen. De allergische reacties kunnen een uur tot enkele
dagen duren en ze kunnen continu zijn, wanneer allergene voedingsmiddelen
regelmatig worden gegeten (3).
Histamine
Histamine is een stof die hoort bij de zogenaamde biogene amine. Enkele andere
biogene aminen zijn andrenaline, tyramine, fenylethylamine. Deze stoffen komen
voor in voeding en ook in ons lichaam waar ze verschillende functies hebben. Zo
speelt histamine onder andere een rol bij het regelen van het hartritme.
Als het gehalte aan histamine in het bloed sterk toeneemt, wordt bij 'normale'
mensen het teveel aan histamine snel afgebroken door verschillende enzymen in de
darm, lever, milt en nieren. Het belangrijkst is het enzym diamine-oxidase (DAO)
in de darm. Er zijn echter veel mensen die een tekort hebben aan deze enzymen.
Bij zo iemand wordt de histamine niet snel genoeg afgebroken.
De histamine wordt dan in het bloed opgenomen, verspreidt zich over het hele
lichaam en kan overal klachten geven. Deze klachten kunnen zeer verschillend
zijn. Een van die symptomen is hartritmestoornis.
Een tekort aan deze enzymen kan veroorzaakt zijn
1. door een aangeboren afwijking, waarbij weinig of geen enzymen zoals DAO in de
darmen worden aangemaakt.
2. door alcoholgebruik en sommige medicijnen die de enzymen blokkeren die
histamine kunnen afbreken. Genoemd worden: Acetylcystein, Ambroxol, Aminophyllin,
Amitriptylin, Chloroquin, Clavulansäure, Droperidol, Isoniazid, Metamizol,
Metoclopramid, Propafenon, Verapamil. De aminen zoals histamine worden dan niet
in de darm afgebroken maar in het bloed opgenomen en kunnen dan overal in het
lichaam klachten geven.
3. door zweren in maag en darm. Er kunnen dan bloedingen optreden waardoor de
afbraak van aminen sterk verminderd wordt.
Het histaminegehalte in het bloed kan toenemen:
- door allergie: Histamine is in het lichaam opgeslagen in mestcellen. Daar kan
het geen kwaad: het is niet vrij, niet opneembaar in het bloed. Door een
allergische reactie zoals hooikoorts, astma, worden de mestcellen aangezet de
histamine vrij te maken.
-. via voeding: Er is voedsel dat zelf zeer veel histamine en andere biogene
aminen bevat. Deze stoffen ontstaan gedurende de bereiding, de rijping (gisting,
fermentatie) van levensmiddelen. b.v. kaas, gist, zuurkool, gerookte vis,
gerookt vlees, rode wijn, bier, worstsoorten als cervelaat, salami. Verder wordt
histamine gevormd in vooral eiwitrijk voedsel zoals vis en vlees door bederf.
Bijvoorbeeld makreel, haring, tonijn, rolmops, sardine, visconserven.
Er is ook voedsel dat in ons lichaam het vermogen heeft om de histamine in de
mestcellen vrij te maken (zogenaamde histamineliberatoren). Bijvoorbeeld tomaat,
kruiden, smaakversterkers, conserveermiddelen, kleurstoffen.
Alcohol en de andere biogene aminen, die naast histamine voorkomen, kunnen de
werking van de enzymen zoals DAO blokkeren.
De afbraak van histamine wordt daardoor zeer sterk beperkt.
Deze enzymen kun je niet in pilvorm slikken. Er is geen test, geen onderzoek
waaruit blijkt of je een enzymtekort hebt. Het enige wat je kunt doen is eerst
vaststellen via onderzoek door de huisarts en/of de specialist dat er geen
andere aanwijsbare oorzaak is voor je klachten. Daarna kun je zinvol aan het
dieet beginnen: Neem voedsel dat weinig histamine bevat en dat weinig histamine
vrij maakt in het lichaam. Men noemt dit een triggervrij dieet. Als je dit dieet
volgt en je klachten verdwijnen, is dat meteen ook het bewijs dat je lijdt aan
histamine-intolerantie. Een ander bewijs is er niet.
Nu is het niet zo dat elke histaminetoename in het lichaam meteen klachten geeft
bij deze patiënten. Het histaminegehalte kan zonder problemen toenemen tot aan
een bepaalde waarde: de tolerantiegrens of tolerantiedrempel. Wordt deze grens
overschreden dan krijgt de patiënt klachten. De hoogte van deze grens is voor
iedereen verschillend. Ook kan in perioden waarin men angstig is of stress
ervaart, de grens flink verlaagd worden. Iedereen zal zelf moeten uitzoeken waar
bij hem of haar de grens ligt.
Histaminerijke voedingsstoffen
Histamine vindt men in heel veel voedingswaren namelijk; gegiste kazen, worsten,
bepaalde conserven, wijnen…
Het is dus telkens nodig uit te maken wat het aandeel in het ziekteproces is
van allergie, pseudo-allergie en histamine-intoxicatie.
In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de hoeveelheid aan histamine in
verscheidene levensmiddelen.
Bij het nuttigen van 20 - 50 mg histamine kan dit bij gevoelige personen
hoofdpijn te weeg brengen. Een histamine hoeveelheid van 100 - 150 mg kan
flushing (rood oplopen) tot gevolg hebben, terwijl een hoeveelheid van meer dan
500 µg/g zelfs heel gevaarlijk kan zijn. Ziekteverschijnselen zijn dan :
misselijkheid, braken, diarree, branden in de mond, netelkoorts, jeuk, lage
bloeddruk en shock (4).
Adviezen
- Lees etiketten van levensmiddelen zorgvuldig en vermijd de producten die een
allergische reactie bij u veroorzaken.
- Hou er een dagboek op na voor wat uw eetgedrag betreft. Vermijd de
levensmiddelen die voor allergische reacties zorgen.
- Maak contact met uw huisarts
- Koop alleen vers vlees en vis.
Referenties
Anon. http://pandoro.be
zeldmane.ziekten/List.a//aller(1) htm
Mahan L.K. en Escott-Stump S., 1996. Krause's Food, nutrition & diet therapy.
London. 1194p.
Stegeman N.E., 1996. Voeding bij gezondheid en ziekte. Wolters Noordhoff
Groningen.
Stevens W.2001, Voedselallergie, pseudo allergie.
http://users.pandora.be/zeldzame.ziekten/ List.a/Aller(2).htm
Visser L et al., 1996. Voeding die schaadt Voeding die baat.,The Reader's
Digest, Antwerpen
| |
|